vrijdag 6 februari 2015

Een bezoek aan de NOT beurs

De Nationale Onderwijs Tentoonstelling (die tegenwoordig NOT Beurs genoemd wordt) bestaat al decennia. Het is een tweejaarlijkse vakbeurs voor professionals in PO, VO en mbo. De beurs mag zonder aarzeling gigantisch genoemd worden: dit jaar waren er meer dan 350 exposanten. De beurs duurt tegenwoordig zes dagen, van maandag tot en met zaterdag, dus iedereen die iets met onderwijs te maken heeft is wel een keer in de gelegenheid een bezoek aan de Jaarbeurs te brengen. Is dat ook de moeite waard?
Beelddenken op de beurs

Op dinsdag ben ik poolshoogte gaan nemen. Het eerste dat opvalt is dat de beurs echt gigantisch is: verschillende jaarbeurshallen worden door alle stands ingenomen. De grootte van de stands varieert van klein (eenvoudige toetsbureau's en pennenfabrikanten bijvoorbeeld) tot heel fors (met name de onderwijsvakbonden zoals het AOB). Wat mij verder opviel was de enorme verscheidenheid: van leerbureautjes die zich richten op specifieke leerproblemen tot ontwikkelaars van fraaie, jaloersmakende interactieve speeltoestellen. Het schoolplein wordt het domein van 'spelend leren' en ook daar zal electronica een rol in gaan spelen. ICT was sowieso aardig vertegenwoordigd op de beurs, hoewel de echt grote jongens zoals Microsoft en Apple schitterden door afwezigheid. Blijkbaar hebben die geen beurs nodig om hun waren aan de man te brengen. Tussen de bedrijven door zijn het vooral grote en kleine uitgevers die hun nieuwe methoden tonen. Tot mijn genoegen mocht het pas vertaalde boek 'Leren zichtbaar maken' van John Hattie zich in grote belangstelling verheugen. Fraai is ook de terugkerende kinderboekenstraat, waar de meeste boeken voor beursprijzen verkocht worden (vaak zelfs voor de helft van de winkelwaarde) en elke dag speciale activiteiten zijn georganisserd. In de drukte zat Marianne Busser (schrijfster van ruim 300 boeken voor kleuters) in alle rust aan een tafeltje boeken signeren. De beurs biedt ruimte aan iedereen die geld meebrengt (het schijnt erg duur te zijn om er te mogen staan), daarom zijn er ook her en der bedrijfjes uit het wat meer 'alternatieve circuit' te zien. Ook interessant is het om organisaties te zien op de beurs die je niet onmiddellijk met onderwijs associeer, zoals het Centraal Bureau voor de Statistiek dat onderwijspakketten uitgeeft, en de ANWB die zich inzet voor verkeerslessen. Eenzaam in een hoekje van de beurs trof ik een stand van het ABP. De massaal aanwezige meesters en juffen leken meer geïnteresseerd in goed onderwijs van nu dan in hun eigen toekomstperspectief.

Er was eigenlijk maar één stand die ik miste, en dat was die van onszelf, de Universiteit Utrecht. Wat is zo'n beurs een mooie plek om met leerkrachten en docenten in gesprek te gaan over wat de universiteit (en ook de Hogeschool) leerlingen te bieden heeft. Voor Onderwijskunde zou het ook een geschikte plek kunnen zijn om interesse te wekken in een van de vele onderzoeksprojecten die lopen binnen de faculteit. Voor mij was dus niet alleen wat er wel, maar ook wat er niet op de beurs te zien was informatief!

Onderwijskundestudent Stephanie Kruiper bezocht ook de NOT beurs, en zij geeft hieronder haar impressie.

Na van alle kanten te horen hebben gekregen dat ik als student Onderwijskunde écht naar de NOT moest gaan, ging ik dan ook maar. Ik wist totaal niet wat me te wachten stond, wat ongelofelijk groot is die beurs. Ontzettend druk was het er ook, vooral bij de grote uitgeverijen en de bedrijven die de nieuwste digiboards en tablets verkopen. Het is wel duidelijk dat niet veel studenten de NOT bezoeken. Mijn moeder werd telkens aangezien voor juf en kreeg de volledige aandacht, terwijl ik compleet werd genegeerd…

Na een paar rondjes door de hallen gelopen te hebben kreeg ik door dat je alleen leert wat er nieuw is door het gesprek aan te gaan met mensen. Van schoolfotograaf tot onderwijsinspectie, je leert overal wel iets over. De rode draad door alle stands waren toch wel de tablets en digiboards. Er werd zelfs een complete hal aan gewijd, met de grote computermerken die hun spullen probeerden te verkopen. In de trein hoorde ik docenten al zeggen: ‘Ik ga vooral kijken naar Google Glass!’ Of je daarvoor per se naar een vakbeurs moet, vroeg ik me wel af.

Squla: ook op de beurs niet te vermijden
Als je beginner bent in de onderwijswereld, heb je in de eerste jaren totaal geen overzicht van het vakgebied. De NOT helpt ontzettend bij het vormen van een soort ‘vakkennisbasis’. Je krijgt antwoord op allerlei vragen: Welke bedrijven zijn actief, wie zijn de grootste partijen in het onderwijsveld, wat is populair en wat niet, enzovoort. Zo had ik er nauwelijks bij stilgestaan hoe véél bedrijven en stichtingen zich met onderwijs bezig houden. Natuurlijk hoor je over de grote uitgevers en de overheid, maar iets simpels als een pen heeft een enorm aandeel op zo’n beurs. Dierentuinen en musea staan er voor de schoolreisjes, zelfs de prittstift had een eigen stand.

Ondanks mijn twijfels vooraf, ben ik ontzettend blij dat ik gegaan ben. In mijn geval ging het bezoeken van de NOT vooral om de oriëntatie en om het maken van connecties, maar iedereen die iets met onderwijs te maken heeft zou eigenlijk moeten komen. Je kan je echt helemaal onderdompelen in het wereldje, je een beeld vormen bij al die bedrijven en stichtingen. Maar vooral kan je in gesprek gaan met anderen. Natuurlijk staan al die mensen op de beurs er in eerste instantie om te verkopen, maar dat is niet het enige. Iedereen is zo enthousiast over onderwijs, dat ze graag al hun ideeën en ervaringen willen delen. Ik werd niet afgewimpeld omdat ze wisten dat ik niks kocht, en dat zegt wel echt iets over de mentaliteit. Ik ben er over twee jaar zeker weer bij!