vrijdag 26 april 2013

De staat van het onderwijs: het glas halfvol of halfleeg?


En weer was het Nederlandse onderwijs in het nieuws. En hoe. "Nederland blinkt uit in middelmatigheid" was een kop die prijkte bovenaan verschillende krantenartikelen. "Veel scholen verbeteren nauwelijks" was de titel die de NOS voor een item gebruikte. De reden? De onderwijsinspectie publiceerde haar verslag over 'De staat van het onderwijs', een dik rapport (275 pagina's!) waarin, zoals de titel zegt, de status van het hedendaagse Nederlandse onderwijs onder de loep wordt genomen. De inspectie doet dat aan de hand van cijfers. Cijfers die afkomstig zijn van de inspectie zelf, maar ook van andere bronnen (zoals citoscores). De onderwijsinspectie is een overheidsinstantie die de taak heeft toe te zien op de kwaliteit van het Nederlandse onderwijs. De regels die de inspectie daarbij hanteert ('wat is kwaliteit?') bepaalt zij niet zelf, maar zijn vastgesteld in verschillende onderwijswetten. Net als de politie, dus. Aan het hoofd staat de inspecteur-generaal van het onderwijs. Op dit moment is dat Annette Roeters.
Annette Roeters

Je zou misschien verwachten dat onderwijsinspecteurs zelf ook voor de klas staan of hebben gestaan, maar dat is niet altijd het geval (waarmee overigens niet gezegd is dat je automatisch een goede inspecteur bent als je voor de klas hebt gestaan!) Kritiek van de inspectie op het onderwijs valt daarom niet altijd in goede aarde bij degenen die (nog) wél dagelijks met onderwijs in de praktijk te maken hebben. Begrijpelijk, maar in haar rapporten benadrukt de inspectie wel de complexiteit van het verzorgen van onderwijs en de taak waarvoor leraren zich gesteld zien: een taak die ook alleen maar ingewikkelder geworden is omdat er steeds meer van leraren wordt gevraagd. Vanwaar dan al die negatieve krantenkoppen? Om dat te begrijpen moet je het rapport van de inspectie lezen. Ik kan me voorstellen dat niet iedereen daar tijd voor of zin in heeft, en daarom heb ik het bekeken en wat zaken (en opmerkingen) die mij opvielen eruit gelicht. De samenvattingen op de website van de inspectie (zelfs met een filmpje) zijn prima overigens, maar juist daarin ontbreken natuurlijk enkele interessante details.

Het rapport van de inspectie bestaat uit drie delen: een overzicht van alle bevindingen, een specifieke beschrijving van alle sectoren van het onderwijs (waarvan het grootste deel gaat over primair onderwijs), en een specifieke beschrijving van het onderwijs verdeeld over allerlei thema's (bijvoorbeeld 'leeropbrengsten'). Het eerste deel is ook als apart stuk te downloaden, en dan krijg je nog een aantal paginagrote foto's erbij cadeau. Dit stuk is ook doorspekt met citaten van scholen die door de inspectie werden bezocht, kritisch werden beoordeeld, zich rotgeschrokken zijn, en nu heel blij zijn met de verbeteringen die daarna zijn ingevoerd ('we werken nu veel professioneler'). Ik heb met name het eerste deel goed bekeken, en stukjes van de rest. De teneur wordt al snel duidelijk: het gaat op zich goed met het onderwijs, maar het zou beter moeten. Het ging de afgelopen jaren steeds beter, maar die verbetering vlakt nu af. Het kan natuurlijk dat de top zo'n beetje bereikt is, maar dat is niet de interpretatie van de inspectie. Die is een stuk somberder. Ik citeer van pagina 11:
"In te veel lessen is het didactisch handelen onder de maat. Scholen en instellingen kunnen bijvoorbeeld onvoldoende maatwerk leveren binnen de lessen. Ook onderdelen van de zorg en begeleiding, het opbrengstgericht werken en de kwaliteitszorg zijn lang niet altijd voldoende. In het mbo kan ook de kwaliteit van de examens omhoog. De tekortkomingen maken dat het onderwijs op al deze onderdelen niet of nauwelijks verbetert. Dit ondanks de kwaliteitsinitiatieven in de meeste sectoren en het stimuleren van opbrengstgericht werken."
Stevige kritiek dus. Het kan beter, het moet beter. Een pagina later wordt dat nog eens benadrukt: "Het ambitieniveau moet omhoog ... Basiskwaliteit mag geen einddoel zijn." Gebrek aan ambitie dus. Nu is ook duidelijk waar de opmerkingen over uitblinken in middelmatigheid vandaan komen.
De inspectie illustreert de middelmatigheid met een plaatje met scores op de citotoets voor 2009 en 2012.
Cumulatief percentage scholen en de citoscore, 2009 en 2012.
Als je goed kijkt zie je dat in 2012 de citotoetsscores vrijwel gelijk zijn aan die van 2009, met het verschil dat aan de onderkant wat hoger gescoord wordt in 2012. "Het Nederlandse onderwijs is goed voor de zwakke leerlingen," concludeert de inspectie. Tegelijk ziet de inspectie maar weinig leerlingen echt goed presteren. 'Echt goed' staat voor een citoscore van 548 of hoger. Sterker, het aantal 'excellente' leerlingen is gedaald van 5,4 naar 4,9 procent (een daling van ongeveer 10 procent, en niet 0,5% zoals in het rapport staat). Dat citoscores genormeerd worden, en dat de citotoets het minst nauwkeurig meet aan de extremen, daar gaat het rapport niet op in. Het is constateren, niet interpreteren.
De inspectie is ook erg kritisch over schoolbeleid. Gezien verschillende schandalen uit het recente verleden is dat natuurlijk niet zo vreemd. Vor onderwijskundigen is de constatering: "beleidskeuzes hebben invloed op de schoolloopbaan van leerlingen en studenten, maar ze zijn vaak niet onderbouwd en niet bekend bij leerlingen en ouders" interessant. Met name de drang tot het neerzetten van grote en luxe gebouwen is vaak ondoordacht en niemand weet wat het onderwijs er mee opschiet. Nog ernstiger is de constatering:
“Sommige scholen laten grote groepen leerlingen doubleren in het jaar vóór het examenjaar. Andere verwijzen leerlingen strategisch naar lagere schoolsoorten door, of ze sluiten bepaalde leerlingen uit voor deelname aan examens of toetsen.”
Overigens haast men zich om hieraan toe te voegen dat het in de meeste gevallen gewoon goed gaat op scholen.
Goed, het kan dus beter met leerlingen, het kan beter met besturen, wat denkt u: zou het dan wel goed gaan met leerkrachten? Het antwoord is: ja, redelijk, maar ook hier kan en moet het veel beter. De inspectie maakt onderscheid tussen basisvaardigheden en complexe vaardigheden. Een basisvaardigheid is het geven van duidelijke uitleg, een complexe vaardigheid differentiëren tussen leerlingen met verschillende leerachterstanden (of voorsprongen!)
Wat betreft basisvaardigheden: 11 tot 30% van de leerkrachten beheerst die onvoldoende. Zie ook onderstaand plaatje, dat gaat over het percentage leerkrachten dat 'duidelijke uitleg geeft'.
"Duidelijke uitleg" door de jaren heen
Kommer en kwel? Wacht maar tot u leest hoeveel leerkrachten de complexe vaardigheden in onvoldoende mate bezitten. De inspectie: "Ongeveer de helft tot tweederde deel van de leraren beheerst de complexere vaardigheden niet." Dat is nogal wat (maar bedenk wel dat de vaardigheden door het ministerie vastgesteld worden en dat allerminst zeker is wat de gevolgen zijn). Een probleem is dat leerkrachten weinig commentaar op hun manier van lesgeven krijgen, met name weinig van collega's. Wie heeft tijd om bij een ander in de les te gaan zitten? Toch doen sommige scholen dit wel, en met succes. Een beetje zuur concludeert de inspectie: "Zolang niet alle beginnende leraren de lesstof duidelijk kunnen uitleggen, kunnen de opleidingen verbeteren."

Voor de inspectie is het glas duidelijk halfleeg. Op pagina 32 lezen we daarom: "Dat de basis op orde is, is niet genoeg. Het ambitieniveau kan veel hoger." We presteren te weinig, maar blijkbaar schort het ook aan ambitie. Ik vind dat een zwaardere aantijging dan louter constateren dat er niet meer citoscores in de hoogste regionen bij zijn gekomen.
Tenslotte zegt de inspectie ook nog iets over zichzelf: "Het toezicht wordt meer gedifferentieerd; boven de ondergrens van basiskwaliteit zullen ook andere categorieën onderscheiden worden." Niet alleen meer 'bovenmiddelmatig' maar meer categorieën. Waarom de inspectie denkt dat dit tot verbetering zal leiden wordt niet vermeld.

Aantal kinderen in de klas, primair onderwijs
Tot zover de belangrijkste bevindingen van de inspectie. Er zijn er natuurlijk nog veel meer. Zo blijkt het gemiddelde aantal kinderen in de klas langzaam toe te nemen (maar het is nog altijd een stuk lager dan midden jaren 90).De helft van de scholen realiseert de verplichte onderwijstijd niet, maar je kunt je afvragen of '6 uur tekort' (wat genoemd wordt) zo erg is. In het hoger onderwijs is er nog altijd veel te veel uitval in het eerste jaar. Sterker: de uitval neemt toe. Het percentage studenten dat de bachelor haalt in drie jaar (nominaal studeren) stijgt, maar ligt nu op ongeveer 30 procent (en 50 procent als je er een jaartje bij optelt). Academisch onderwijs komt er genadig af bij de inspectie, vooral omdat daar al een sterke interne controle via de NVAO aanwezig is.

Is het somberheid troef in het Nederlandse onderwijslandschap? Het hangt er maar van af wat je verwachtingen over het onderwijs zijn. De inspectie laat duidelijk merken teleurgesteld te zijn, en verwijt het veld gebrek aan ambitie. We dreigen weg te zakken uit de mondiale top! Aan de andere kant: er gaat ook heel veel goed, en met name zwakkere leerlingen hebben daarvan de afgelopen jaren geprofiteerd. De minister maakte al duidelijk dat er meer aandacht voor 'excellentie' moet komen, maar dat dat niet ten koste mag gaan van de zwakkere leerling. Oftewel: er wordt nóg meer inspanning van het veld gevraagd. De manier waarop dat gerealiseerd moet worden? Via het toverwoord: 'professionalisering'.
Is de inspectie te somber of juist realistisch? De tijd zal het leren. Ik hoop alleen dat de volgende rapportage wordt geschreven door iemand van wie het glas halfvol is.