donderdag 3 januari 2013

Academische schrijfvaardigheden 2: de APA

Al jaren probeert de firma Ravensburger haar product 'Iedereen kan schilderen' te verkopen (waarschuwing: TV-reclame van begin jaren 90). Nummertjes op papier geven aan welke kleur een vakje moet krijgen, en zo ontstaat je schilderij. De huidige slogan die het bedrijf eraan verbindt is: "In iedereen zit een kunstenaar verstopt", een ironische uitspraak aangezien in het netjes invullen van de vakjes weinig artistieks of creatiefs valt te ontdekken. Eenzelfde gevoel bekruipt me wel eens in de discussie over het belang van het aanleren van academische schrijfvaardigheden. Gaat het bij academisch schrijven om het leren de vakjes juist in te kleuren, of gaat het om het leren een academische gedachte in taal om te zetten? Ik heb al eerder op deze blog geschreven over academische schrijfvaardigheden. In mijn analyse van schrijfproblemen haalde ik onder andere de APA-'standaard' aan: dé schrijfwijzer voor sociaal-wetenschappers. Veel onderwijs in academisch schrijven hanteert de APA-standaard als schrijfnorm, en toetst schrijfproducten ook aan de hand daarvan. Op de manier waarop de standaard de toon zet is wel wat aan te merken. Dat wordt sterker als je kijkt naar de manier waarop de standaard gebruikt wordt in academisch schrijfonderwijs. Kurt Schlick beschreef in een bijdrage uit 2011 voor de Chronicle of Higher Education die de provocatieve titel 'Citation obsession? Get over it!' heeft de APA-standaard als "the most arbitrary, formulaic, and prescriptive element of academic writing taught in American high schools and colleges." Schlick signaleert dat docenten (naar zijn idee tegenwoordig meer dan vroeger) veel nadruk leggen op de vorm waarin bronnen van anderen gebruikt en beschreven worden, en veel minder op de functie ervan. Het gevolg laat zich raden: "Students expend a disproportionate amount of precious time and attention trying to avoid making mistakes. Soon, they also begin to associate "good" writing with mechanically following rules rather than developing good ideas." Iedereen kan academisch schilderen, dus.
Calvin snapt waar het om draait
(© Calvin & Hobbes)
Hoewel minder stellig, heb ik mij eerder ook kritisch over de APA-standaard uitgelaten. Het heeft even geduurd, maar nu heb ik ook een goede aanleiding om hier nog eens op terug te komen. Een interessante en kritische bijdrage die ik recent tegenkwam op de weblog van Erik Charles (een blog met de veelzeggende naam 'Fixing Psychology') is getiteld 'The APA Publication Manual: How could a good thing go so wrong?' In het stuk vat Charles een recent artikel samen, dat verschenen is in het tijdschrift Review of General Psychology, en dat gaat over de manier waarop de APA-standaard oorspronkelijk tot stand is gekomen (en hoe de APA Manual in zekere zin de cash cow is geworden die hij op dit moment is). Charles constateert dat het artikel, getiteld 'Information overload, professionalization, and the origins of the Publication Manual of the American Psychological Association' voor iedereen in het veld de moeite waard is, en ik geef hem daarin gelijk. Het stuk, geschreven door Matthew Sigal en Michael Pettit (beide verbonden aan York University in Toronto) geeft een interessante inkijk in de moeizame totstandkoming van afspraken over de structuur van wetenschappelijke manuscripten. Het probleem is dat wetenschap bedrijven een creatief proces is en dat velen leesbaar proza prefereren boven relatief 'mechanische' teksten. Regels vormen in die zin een risico. De negentiende-eeuwse psychologiepionier Edward Titchener (aan wie ik overigens mijn Twitternaam heb ontleend) bijvoorbeeld was een uitgesproken tegenstander van standaardisatie en zei er over: "If we insist upon cramping style and insisting upon arbitrary form, censorship, and the like, we may make uniform pages, but we kill the life of science." Toch moest er iets gedaan worden aan de 'information overload': psychologie dreigde al in haar jonge jaren (begin 20e eeuw) uit haar voegen te barsten. Eigenlijk is de opmerkelijkste bevinding op basis van het stuk van Sigal en Pettit dat dit niet zozeer een probleem was van de wetenschap zelf, maar veel meer een probleem van de hoofdredacteuren van wetenschappelijke tijdschriften. Die deden dan ook nogal wat: van het schrijven van samenvattingen van ingediende manuscripten, tot het inkorten en zelfs compleet herschrijven ervan. Het is te begrijpen dat redacteuren bij een toename van het aantal ingediende manuscripten behoefte kregen aan meer eenheid. In 1911 begon een commissie met het inventariseren van de behoeftes (we hebben het over een tijd dat de APA 250 leden had en er 8 tijdschriften waren; inmiddels heeft de APA 85000 leden). Dit eerste initiatief leidde tot niets, door gebrek aan eenheid. De Eerste Wereldoorlog hielp een handje: in 1916 werd de National Research Council opgericht. De vraag om meer eenheid in onderzoek leidde er onder andere toe dat de APA zelf tijdschriften ging uitgeven, en dus ook belang kreeg bij meer eenheid in manuscripten. Een conferentie in 1928 leidde tot de oprichting van een nieuwe commissie, onder leiding van Madison Bentley. Deze commissie zou met een lijst aanbevelingen komen die de eerste APA-standaard zijn gaan vormen.

Het eindadvies van de commissie werd in 1929 in Psychological Bulletin gepubliceerd. Het feit dat het in een APA-journal werd gepubliceerd berust min of meer op toeval, maar had verstrekkende gevolgen. Hiermee kreeg de APA de rechten erop in handen, wat later een Kip met Gouden Eieren bleek te zijn.
Het advies zelf is een kort stuk, slechts 7 pagina's, maar het vormt dus wel de basis van de APA manual zoals we die nu kennen. Het stuk gaat over de vorm van manuscripten (de ideale lengte, bijvoorbeeld, is zo kort mogelijk maar wel volledig), de indeling ervan (bijvoorbeeld: voeg aan het einde een samenvatting toe van het voorgaande), natuurlijk het gebruik van referenties en voetnoten (interessant genoeg niet de manier waarop je in de tekst zelf naar anderen verwijst), en de manier waarop je tabellen en figuren het beste kunt aanleveren (op hard karton). Het voelt allemaal nog wat onbeholpen aan. Daar getuigt een tip als: "The writer who is incompetent in spelling, grammar, or syntax should seek help" ook van.
Wat duidelijk is, is dat het advies zich duidelijk richt op de tijd waarin het is opgesteld: het tijdperk van de machinale verwerking van manuscripten. Een consequentie daarvan is dat de oude traditie van het gebruik van handgeschreven symbolen in de ban werd gedaan. Daarnaast werd de 'running head' (de verkorte titel bovenaan elke pagina van een artikel) voortaan een taak van de auteur, en niet van de tijdschriftredacteur (en vaak zelfs de drukker!) Een advies dat het niet gehaald heeft is om de maximumlengte van een artikel vast te stellen op 7500 woorden. In de meeste journals zijn langere artikelen tegenwoordig nog altijd toegestaan.
In 1944 werd het oorspronkelijke advies op enkele punten gereviseerd, en in 1952 werd de eerste editie van de officiële  Publication Manual of the American Psychological Association gepubliceerd.
Als ik het eerste advies naast de huidige editie van de Manual leg valt me op dat in essentie er maar weinig veranderd is. De handleiding bevat tegenwoordig heel veel voorbeelden, er is aandacht voor nieuwe verwijzingsvormen (met name naar online media), en ook is er tegenwoordig veel aandacht voor ethische aspecten (plagiaat). Toch zijn de overeenkomsten groter dan de verschillen. Je kunt je afvragen of het format in deze tijd niet aan een wat grondiger revisie toe is. De laatste revisie voegt bijvoorbeeld de eis toe dat in de referentielijst bij artikelen ook een doi-code wordt geplaatst. In feite vervalt daarmee het nut van het noemen van alle gegevens in de referentielijst: een doi-code is voldoende. Zo ver durft de APA niet te gaan. Maar ik vind dat je in dit digitale tijdperk je wel degelijk kunt afvragen wat het nut is van het precies plaatsen van punten, komma's, en haakjes als een rechtstreekse verwijzing naar een centrale database voldoende is.
Ik trek twee conclusies op basis van het voorgaande. Ten eerste denk ik dat het huidige curriculum te veel nadruk legt op specifieke aspecten die de APA voorschrijft. Academisch schrijven is niet hetzelfde als nauwkeurig opvolgen van regels, het is een vorm van academisch denken. Eerst denken, dan doen. Ten tweede doet de APA als stijlvoorschrift, ondanks de vele revisies, nogal gedateerd aan. Het is een voorschrift dat geschreven is met tijdschriftredacteuren en drukkers in het achterhoofd. Hoe publiceer ik een verantwoorde blogpost? Welke normen gelden voor publicaties die gelezen zullen worden op een tablet? En tenslotte: hoe kan het dat de APA nog altijd veel geld verdient aan een schrijf- en stijlvoorschrift waarop geen copyright geclaimed kan worden? De discussie zal nog wel even gevoerd worden. In ieder geval laat de geschiedenis van de APA-stijl aardig zien hoe normen door een combinatie van willekeur en historische context gevormd worden.


Gebruikte bronnen
  • Bentley, M., Peerenboom, C. A., Hodge, F. W., Passano, E. B., Warren, H. C., & Washburn, M. F. (1929). Instructions in regard to preparation of manuscript. Psychological Bulletin, 26, 57– 63. doi:10.1037/h0071487
  • Erik Charles: The APA Publication Manual: How could a good thing go so wrong? http://fixingpsychology.blogspot.nl/2012/12/the-apa-publication-manual-how-could.html
  • Kurt Schick: Citation Obsession? Get Over It! - http://chronicle.com/article/Citation-Obsession-Get-Over/129575/
  • Publication Manual of the American Psychological Association, Sixth Edition (2010).
  • Sigal, M.J., & Pettit, M. (2012). Information overload, professionalization, and the origins of the Publication Manual of the American Psychological Association. Review of General Psychology, 16(4), 357-363.