zondag 2 september 2012

Joseph Kessels over assessment en evaluatie

Op 29 augustus vond een zogenaamde EARLI 'SIG-meeting' (SIG staat voor 'special interest group') over toetsing plaats. De EARLI (European Association for Research on Learning and Instruction) is het Europese overlegorgaan tussen  onderwijskundigen, zoals de VOR (Vereniging voor onderwijsresearch) dat is voor Nederland. Bij de gelegenheid op 29 augustus sprak professor Joseph Kessels, hoogleraar human resource development aan de Universiteit Twente. Marieke van der Schaaf heeft zijn rede over assessment en evaluatie samengevat.

Kessels behandelt het thema ‘assessment’ vanuit het perspectief van levenslang leren en ontwikkeling van (toekomstige) hoger en lager opgeleide beroepsbeoefenaren. Helaas draagt assessment, in summatief en formatief opzicht (bv. feedback), in veel gevallen niet bij aan levenslang leren in onderwijs en organisaties. Dikwijls is het principe van ‘step up or step out’ aan de orde, hetgeen inhoudt dat enkel in ‘top performers’ in een organisatie wordt geïnvesteerd. De keerzijde van dit ‘rankingsproces’ is dat het verliezers creeërt. “Every golden medal stands for many losers”. Kessels stelt de mogelijke perversie waartoe dit leidt aan de orde. Daarin verwijst hij kritisch naar het academische systeem van publicatiedruk en het organiseren van een ratrace door onhoudbare standaarden en rankingsystemen. Op geaggregeerd niveau geldt dat ook voor curricula in het onderwijs; om als school tot een goede ranking te komen worden curricula dikwijls ‘uitgekleed’met een accent op basisvakken (‘back to basics’) en doet zich vaak teaching to the test voor. What makes professionals shine? Kessels benoemt het belang van intrinsieke motivatie voor de inhoud van een vakgebied voor levenslang leren. Levenslang leren betekent ‘levenslang’ voor menigeen. De plan-do-check-act cyclus (Deming) kan worden ingezet voor performance feedback om assessment for learning te stimuleren, in ogenschouw genomen dat feedback niet automatisch leidt tot performance improvement.

Kessels beschijft veel gebruikte ingredienten voor competency based assessment, gebaseerd op ‘gap analysis’:

  • Ontwikkelen van een competentie profiel, d.w.z. relevante kerntaken in een werkomgeving onderscheiden.
  • Analyse van de ‘Competentie gap’ – over welke competenties beschikt de student/werknemer nog niet?
  • Overbruggen van de competentie gap door middel van training en ontwikkeling
  • Het beoordelen van de resultaten – ‘bewijs’ van iemands competenties in een realistische context.
Keerzijde van deze benadering is dat het gericht is op wat er ontbreekt en niet op talenten van personen (negatief uitgangspunt). Als alternatief stelt Kessels een ‘appreciate approach’ voor, bestaande uit de ‘romantische’ stappen: 1) discovery: appreciate what is; 2) dreaming: imagine what might be; 3) design: determine what the ideal should be; 4) destiny: create what will be. Self-determination theory (Ryan & Deci) kan als onderbouwing bij deze benadering worden gezien.

Wat leren we hiervan?

Mensen/kinderen verschillen van elkaar. Een one-size-fits all system in assessment, werkt niet. Van belang om assessment FOR learning voor ogen te houden, investeren in talent in plaats van selectie en exclusie door assessment. Persoonlijke ontwikkeling gaat samen met emancipatie.